
De hovenier en zijn organisaties
Het onderhouden van contact met Brussel, d.w.z. de Europese markt.

Product- of bedrijfschappen zijn publiekrechtelijke organisaties, ingesteld door de overheid en het bedrijfsleven, met als belangrijkste taken:
Het verbeteren van de export en de binnenlandse afzet.
Het onderhouden van contact met Brussel, d.w.z. de Europese markt.
Het meewerken aan onderzoeken en aan richtlijnen voor kwaliteit.
Het geven van algemene voorlichting over de branche.
Het registreren van bedrijven en het innen van heffingen om bovenstaande activiteiten te betalen.
Een zichtbare activiteit van productschappen is de onpersoonlijke reclame voor producten en diensten per bedrijfstak.
De geschiedenis:
In 1946 ligt de start van het Bedrijfschap voor Sierteeltproducten (BVS). Hoofdonderwerpen zijn: bloembollen, boomkwekerijgewassen, bloemen en potplanten, teeltregelingen en exportgegevens.
In 1954 wordt de instellingswet van kracht en verandert de naam in Productschap voor Siergewassen (PVS). Op 7 februari 1956 is de eerste bestuursvergadering van het PVS.
In 1981 verandert de heffing en komt er een basisbedrag en een bedrag afhankelijk van het personeelsbestand.
In 1982 verandert de samenstelling van de subcommissie. Ten aanzien van de hoveniersbranche treedt de Vereniging De Nederlandse Bloemisterij terug en nemen de Kring Tuin en Landschap (KTL) en de Nederlandse Hoveniers en Groenvoorzienersvereniging (NHG) de taken binnen het PVS over.
In 1991 is het PVS gefuseerd met het Productschap Groente en Fruit en gaat dan verder onder de naam Productschap Tuinbouw (PT).
In 1995 fuseren de Kring Tuin en Landschapsvoorziening (KTL) en de Nederlandse Hoveniers en Groenvoorzienersvereniging (NHG) tot de Vereniging Hoveniers Groenvoorzieners (VHG). Sindsdien is de VHG het aanspreekpunt voor het PT.
Registratie en heffing:
De Vestigingswet Bedrijven (1954) bepaalde dat een vakdiploma vereist is om zich als hovenier te vestigen en een hoveniersbedrijf te starten. Tevens stond in deze wet dat registratie en inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het Productschap verplicht zijn.
In 1966 bedraagt de heffing ƒ20,- per jaar per erkende hovenier ter dekking van de kosten voor registratie en voor het voeren en maken van onpersoonlijke reclame. In de loop van een aantal jaren is het “prijsplaatje” er totaal anders uit gaan zien. De wensen voor marketing en onpersoonlijke reclame groeiden namelijk sterk, waardoor de heffingen fors moesten worden verhoogd. In 1980 is de basisheffing ƒ175,-. Dit bedrag kon, afhankelijk van het aantal personeelsleden, oplopen tot ƒ575,- voor bedrijven met 100 personeelsleden of meer.
In de jaren 90 van de vorige eeuw wordt een modernisering van de Vestigingswet Bedrijven van kracht. Hoveniers zijn sindsdien vrijstellingen van vestigingseisen.
Jaartallen en aantal geregistreerde hoveniers en groenvoorzieningbedrijven:
1947 = 2000 1960 = 2467 1973 = 1391 1986 = 1991 1999 = 3029
1948 = 2369 1961 = 2414 1974 = 1393 1987 = 2079 2000 = 3461
1949 = 2749 1962 = 2375 1975 = 1380 1988 = 2176 2000 = 5571
1950 = 2889 1963 = 1560 1976 = 1417 1989 = 2268 2001 = 5142
1951 = 2849 1964 = 1788 1977 = 1398 1990 = 2339 2002 = 5064
1952 = 2812 1965 = 1825 1978 = 1429 1991 = 2415 2003 = 5277
1953 = 2800 1966 = 1791 1979 = 1461 1992 = 2598 2004 = 5706
1954 = 2750 1967 = 1788 1980 = 1545 1993 = 2733 2005 = 6106
1955 = 2689 1968 = 1723 1981 = 1515 1994 = 2782 2006 = 6821
1956 = 2638 1969 = 1655 1982 = 1705 1995 = 2822 2007 =
1957 = 2589 1970 = 1599 1983 = 1744 1996 = 2965 2008 =
1958 = 2570 1971 = 1474 1984 = 1788 1997 = 2980 2009 =
1959 = 2529 1972 = 1397 1985 = 1949 1998 = 2999 2010 =
Belangrijk om te weten bij het lezen van bovenstaande cijfers:
Het Productschap heeft in 1963 de definitie van de geregistreerde bedrijven gewijzigd.
Voor het aantal geregistreerde bedrijven tot 1982 is de bron de Kamer van Koophandel.
Vanaf 1983 registreert het PVS (per 1991 het PT) zelf.
Op 1 januari 1996 is de Vestigingswet Bedrijven voor het hoveniersbedrijf opgeheven.
In 2000 komt er een koppeling van adresbestanden van de Kamer van Koophandel en het PT in dat jaar zijn er twee getallen van geregistreerde hoveniersbedrijven met een verschil van 2.110 meer bedrijven.
Promotie:
De eerste heffingsgelden werden uitgegeven door de Stichting Onpersoonlijke Reclame. Vervolgens was er de Voorlichting Bloemen en Planten en in 1973 gingen de gelden naar Plant Propaganda Holland.
In 1974 krijgt de Flevohof een modeltuin en is er aandacht voor promotieactiviteiten op de vakbeurs Tuin en Park in de Jaarbeurs Utrecht. Ook voor de Floriade’s zijn altijd gelden gereserveerd.
In 1982 wordt het Hoveniers Informatie Centrum (HIC) opgericht. Deze organisatie voor onpersoonlijke reclame beheert de heffingsgelden van het productschap voor de hoveniers en verzorgt de promotie van het vak.
Marjolein Ruijs, een van de bestuurders, die vanuit de branchevereniging VHG zitting had in het bestuur van het Hoveniers Informatie Centrum, heeft bij het ruim 25-jarig bestaan van het HIC in 2008 de belangrijkste punten en waarden aldus verwoord:
We zijn nu 8 jaar verder en het Hic is op geheven. We hebben die feiten aan het verhaal van Marjolein Ruijs toegevoegd zie hier onder

Het Productschap Tuinbouw Nu :
Wie in de zoekfunctie van het Vakblad Tuin&Landschap het Productschap Tuinbouw invult krijg veel “hits”. Dat wil zeggen dat het een levendige organisatie is, die onder meer als subsidiegever bij veel projecten betrokken is.
Voorjaar 2009 heeft het PT een klanttevredenheidsonderzoek gehouden wat het rapportcijfer 5,2 opleverde. Met name de communicatie moet beter. Directeur Tjibbe Joustra zei in een interview in januari 2009: Mensen zijn kritisch en de discussie van de heffingssystemen naar draagvlak komt er.
De website van het productschap geeft veel informatie : www.tuinbouw.nl
Het jaarplan van 2010 hebben er uitgelicht zie hier onder:
Een belangrijke recente uitgave van het Productschap Tuinbouw is de Visie arbeid hovenier- en groensector “Gezocht: mensen tussen het Groen”. Deze uitgaven kwam tot stand in samenwerking met de VHG, CNV-Dienstenbond en FNV Bondgenoten.
Peiling:
In maart 2010 was er op de site van het vakblad Tuin&Landschap een peiling onder de bezoekers van de website met de vraag: Hoveniers kunnen niet zonder het PT. Hieronder ziet u de uitslag, waarbij helaas niet is vermeld hoeveel deelnemers deze peiling telt.



Het Productschap Tuinbouw geeft nu op haar website goede informatie wat zij voor de sector betekent:
Voor de hoveniers en groenvoorzieners: klik hier
Voor boomverzorgers en de dak en gevelspecialisten: klik hier
Voor de boomkwekers: klik hier
Productschappen worden opgeheven
Recent is met betrekking tot het PT een nieuwe situatie ontstaan. In het regeerakkoord van 29 oktober 2012 is bepaald dat de productschappen per 2014 worden opgeheven. De consequenties van dit besluit zijn nog niet helemaal duidelijk. Het PTbestuur buigt zich hier op 13 november over. Vooralsnog lijkt het er op dat een beperkt aantal taken vanaf 2014 overgenomen wordt door het Ministerie van Economische Zaken. Voor andere zaken die belangrijk zijn voor ondernemers, zoals teeltgericht onderzoek, kennis over regelgeving m.b.t. voedselveiligheid en dergelijke, geldt dat ze overgedragen dienen te worden aan private organisaties, zoals brancheorganisaties. Een aantal andere activiteiten wordt beëindigd. De sector is hierbij zelf aan zet om aan te geven welke taken in het belang van ondernemers gecontinueerd dienen te worden en op welke wijze.
BOVENSTAAND VERHAAL VAN HET PRODUCTSCHAP IS GESCHIEDENIS.
De website van het productschap tuinbouw werkt niet meer Een organisatie van bijna 70 jaar is niet meer
Waar alle kennis en gegevens naar toe verhuisd is/zijn wordt niet duidelijk.
Wij nemen aan het nationaal archief in Den Haag. (juli 2016)
De ELCA Vereniging voor Europese aannemers werkzaam in het groen bestaat 50 jaar
Voor meer info zie de website van deze vereniging klik hier
In het VHG magazine jaargang 7 september 2013 staat een interview met 2 Nederlandse oud-voorzitters van deze Europese vereniging Maarten de Winter en Erris van Ginkel (zie hier onder)

Koninklijke Nederlandse Plantenziektekundige Vereniging de KNPV
Als hovenier en groenvoorziener kennen wij deze vereniging niet of nauwelijks maar we hebben allemaal te maken met het werk wat ze de afgelopen 125 jaar gedaan hebben voor het vak. In een kroniekvorm doet Jacques Horsten verslag van 125 jaar van zijn vereniging in een zeer leesbaar boek. Alle info hieronder komt uit deze kroniek met de mooie titel: HET VERLEDEN VAN ONZE TOEKOMST
De vereniging is opgericht in 1891 met als doel de kennis van het vele wat onze planten en gewassen bedreigt te bundelen en door te geven aan de gebruikers en oplossingen aan te dragen ter bestrijding. De ziektes en kwalen in het begin waren o.a. “kwade plekken” in de tulpenbedden, de aardappelziekte en het zwart in granen: problemen die de aandacht verdienden. De eerste voorzitter was gelijk een bekende, de bollenkweker Krelage die ook bij de oprichting van de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde was betrokken in die tijd.
In 1899 werd mede door de KNPV de Phytopathologische dienst opgericht die we later leerden kennen als PD: de Plantenziektenkundige Dienst. De eerste directeur was Jan Ritzema Bos. Eén van zijn taken was de (boom)kwekers voorzien van certificaten dat hun producten gezond waren, uiteraard na onderzoek. In 1911 komt de wet Plantenziekten die mede richtlijn wordt voor het werk. Deze PD haalt wel zijn 100-jarig bestaan maar net als de productschappen wordt de PD opgeheven en zij wordt ondergebracht als onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit NVWA
Het verhaal van de iepziekte sprak mij als hovenier/groenvoorziener aan. De eerste signalen van deze ziekte zijn zichtbaar in 1920 en niet alleen en Nederland. Mvr. Buisman en de entomoloog Betrem ontdekken de oorzaak en de manier van verspreiding. De iepenspintkever wordt de oorlog verklaard en in 1930 wordt er een comité ter bestrijding opgericht. Iepziekte is zeer hardnekkig ondanks successen van het kweken van resistente iepensoorten. In 1977 worden ter bestrijding in één jaar 580.000 iepen gerooid.
Wie de eerste was die gewasbescherming zei i.p.v. bestrijding van ziekte en plagen dat weet ik niet maar in de vijftiger jaren werd dat het devies en het werd heel makkelijk door chemische bestrijdingsmiddelen te spuiten. De verkoop van gewasbeschermingsmiddelen nam enorm toe.
DDT kreeg in 1948 nog de nobelprijs maar 25 jaar later in 1973 wordt het verboden i.v.m. persistentie en het bewijsbaar opeenhopen van het middel in de vetten van het lichaam van mens en dier.
Bij het 100-jarig bestaan kwamen Ritzema Bos en Mevrouw Westerdijk (zij stonden aan de wieg van de vereniging) terug uit de hemel om een feestrede uit te spreken en dat nu al die mooie chemische middelen verboden werden vonden ze maar niks. Ze spoelen prachtig uit naar het grondwater en kwamen zo van zelf in ons drinkwater en dan kunnen we onze plantenziektes bestrijden met drinkwater wat willen we nog meer…………! Bij dat 100-jarig jubileum kwam ook de K van Koninklijk voor de naam van de vereniging te staan.
De naam Piet Zonderwijk die een eredoctoraat in de onkruidkunde aan de universiteit Utrecht kreeg is in de groenvoorzienerswereld bekend. Hij heeft een lans gebroken voor ander beheer van spoorbanen en bermen. Wij hebben veel van hem geleerd
Kortom wie de kroniek van de KNPV kan bemachtigen wordt veel wijzer over de geschiedenis van onze gewasbescherming Voor meer informatie de website: Klik hier



.avif)


.avif)