
de hovenier als werknemer
‘Wordt Hovenier: een gezond en boeiend beroep’. Met deze kreet werden in de jaren zeventig jonge schoolverlaters gelokt om “Het Vak” in te gaan....



Wordt Hovenier een gezond en boeiend beroep.
‘Wordt Hovenier: een gezond en boeiend beroep’. Met deze kreet werden in de jaren zeventig jonge schoolverlaters gelokt om “Het Vak” in te gaan. Interessant is het om te filosoferen over de vraag waarom mensen voor hun toekomst het groene vak kiezen.
We denken dat tot in het begin van de twintigste eeuw er voor de meeste mensen weinig te kiezen viel. In welk huis je wieg stond bepaalde veelal wat voor vak je zou gaan uitoefenen. Eeuwen werd zo menig ambachtelijk vak van vader op zoon doorgegeven . Was je vader tuinbaas of werkzaam bij een familie dan vroeg vader wel of zoonlief ook op het landgoed of kwekerij kon werken. Heel belangrijk is hier de overdracht van kennis en vakmanschap van vader op zoon. En zoals dat toen ging, zo gaat het nu nog. Goede vaklieden komen altijd boven drijven, vallen op en vinden hun plek.
Vanaf 1600 tot ver in de twintigste eeuw hebben ook de hortussen een belangrijke rol gespeeld in de kennisoverdracht . Daar werd geëxperimenteerd, daar werd geschreven en beschreven. Met name toen Linnaeus (1707-1778) de binaire nomenclatuur had neergezet kwam er een goede uitwisseling van kennis op gang met de landen om ons heen.
Tuinlieden (hoveniers), die op een hortus gewerkt hadden, zwierven door het hele land heen. Zie de geschiedenis van de Hortus....
De oudste tuin van Nederland
En daar werkten de oudst bekende tuinmannen van Nederland!!
De “oudste” de “dikste” de “grootste” het zijn altijd woorden die tot de verbeelding spreken. Maar wij vinden geen rede om bij de titel van dit boekje daar een vraagteken bij te plaatsen. Het boekje is uitgegeven bij de oplevering van de tuinrenovatie en restauratie van de “gaarde” van Kasteel Huis Bergh in 2016. We vinden dit kasteel met tuin dicht bij de Duitse grens (Emmerich) omgeving ‘‘s-Heerenberg in de Achterhoek www.huisburgh.nl
Het vroegste jaar wat genoemd wordt is 1460 en dan is er echt sprake van een kasteeltuin waar aanplant voor verdediging (pootdorens)is en groente de belangrijkste gewassen zijn. Maar als de status van de eigenaar stijgt komen fonteinen, bloemen en meer exotische gewassen ook in beeld.
Het bijzondere van deze groene geschiedenis is dat in het huisarchief van Huis Bergh veel bewaard over de het wel en wee van de tuin en de werkers in het groen. Vind je in alle fraaie boeken over kastelen en buitenplaatsen de namen van de bewoners en eigenaren in dit boekje vind je de namen van de hoveniers gardeniers en walmeester maar ook wat hun taken waren en waar voor ze betaald werden. Bij de eerste vermeldingen zullen het los arbeiders geweest zijn maar daarna wordt er geschreven over de gardenier of gaardenier die verder in de tijd weer hovenier genoemd worden. Daar zijn in het huisarchief contracten van gevonden (1635-1636) o.a. van Jean Burette waarin zelfs vermeld stond hoe groot de tuinvakken moeten zijn en hoe breed de paden. Zijn naam kwam al in 1612 voor werkzaam onder Momberheer Hendrik van den Bergh en Maria Elisabeth Clara Jean was een belangrijke man voor de eigenaar van het Huis Bergh. We willen nog een paar namen noemen van “tuinmannen” Johan Ferres (1557-1560) en Leopoldes Vinck (1748-1758).
De redactie van de website zou het liefst het hoofdstuk over de tuinmannen van Huis Berg van Melina Reintjens integraal willen plaatsen maar dan doen we de andere 9 auteurs te kort en mist u de samenhang met de groene geschiedenis van Huis Bergh Voor de liefhebbers van de historie van de Gardeniers en Hoveniers is het boekje De oudste tuin van Nederland ISBN 978-90-803638-8-5.
Een echte aanrader.
Ook verkrijgbaar via de stichting Huis Bergh info@huisbergh.nl 15 euro excl. verzendkosten

Handboeken
Voor de categorie mensen die zich boeken konden permitteren, kwamen er vanaf 1700 vele soorten handboeken op de markt. Een mooi voorbeeld daarvan is het boek van Johann Hermann Knoop uit 1753:
‘Beschouwende en werkdadig hovenier-konst of inleiding tot de waare oefening der planten.’
In dit boek verklaart Knoop allereerst dat het woord Hovenieren of Tuynieren afkomstig is van hoven en tuinen en dat men daaronder die Konst of Wetenschap verstaat welke leert hoe men Hoven en Tuynen met goed Voordeel sal bebouwen, dat is bearbeyden, besaeyen, beplanten, allerley Gewassen aanqueeken en onderhouden... Men kan de moderne en hedendaagse Hoveniers verdeelen in vierderley soorten:
1. Diegene die eigen kweek en teelten van allerley Moes- Kruyd- Bloem-, en Boom-gewassen verkopen met een onderverdeling in:
a. Moes- Keuken- of Kool-Gaardeniers en Holland Warmoesiers genoemd;
b. Enteniers, die allerley tamme en wilde Boom- en Heester-gewassen queeken tot beplantinge van Hoven en Bosschen;
c. Bloemisten of Fleuristen, die niet anders doen als velerley Bol- en andere fyne Bloem-gewassen telen. Meestal cultiveren zij daarnaast ook raare, vreemde Bijgewassen als Orange- Citroen- Myrtus-Boomen.
2. De Tweede soort Hoveniers syn die, welke sig in eenes andere Dienst engageeren, en voor eenJaargeld tuin of hof verzorgen. Zij doen dit alleen of met mede helpers als Hoveniers-knegts en Arbeyders; na mate de Tuyn van uytgestrektheyd is, en veel te besorgen valt.
3. De derde “soort” hoveniers komt vooral voor in de grote steden. Zij verrichten werkzaamheden voor een daggeld in de Tuynen van Heeren en Burgers.
4. Als vierde groep hoveniers noemt Knoop die gene welke ’t Hovenieren niet ex professo beoefenen, gelyk de drie voorgaande. Zij doen dit alleen uit liefhebbery en vermaak in haar eyge Tuynen.
Knoop is onder de indruk van de goede kennisse van al ’t gene tot het Hovenieren behoort binnen deze groep van hoveniers.


Een ander bekend voorbeeld van oude tuinersboeken is het handboek van Jan van der Groen: ‘Den Nederlandtsen Hovenier’ (1670). Net als het hiervoor genoemde boek van Johann Hermann Knoop is ook het boek van Jan van der Groen digitaal beschikbaar op internet:
Inkijken ? klik hier
Speciale boekencollecties Universiteit Wageningen
Van dit soort boeken zijn er gelukkig vele bewaard gebleven. Zo heeft de Universiteit Wageningen zijn speciale collectie tuinboeken in het in 2008 door koningin Beatrix geopende nieuwe Forumgebouw bijeengebracht.


in het CASCADE BULLETIN : Tuingeschiedenis in Nederland ISBN 987 90 5345 396.4 UITGEVERIJ MATRIJS staat de levens geschiedenis van Johann Hermann Knoop onder de titel Een Duitse Hovenier aan het Friese hof van de hand van Rita Mulder-Radetzky
Waar moet een goed Hovenier aan voldoen
Johann Herman Knoop had wel zo zijn eigen mening waaraan een hovenier uit die tijd moest voldoen. Een samenvatting wil ik u niet onthouden.
In meer dan twintig punten beschrijft Knoop wat je van de man mag verwachten aangaande zijn Hovenierskonst, kennis en eigenschappen. Hier een verkorte weegave van tien pagina’s kleurrijke tekst.
Een goed hovenier moet een “grondige” kennis hebben van de natuur der aarde in haar verschillende gesteldheden, en van de culturen van moes-, kruid-, bloem-. vrucht- en wilde hout-gewassen.
Hij dient kennis te hebben van het broeien of vervroegen der seizoenen, om in de winter, het vroege voorjaar, maar ook in de zomer alles voort te brengen wat begeerd wordt aan bloemen, aard- en boomvruchten. Het gaat hier met name om gewassen als sinaasappels, citroenen en mirte, die in ons klimaat niet kunnen groeien en met konstmiddelen moeten worden verzorgd.
Een hovenier dient verstand te hebben van de botanie zodat hij kruiden, bloem en vruchten bij hun regte naam, bij voorkeur in het Latijn, kan benoemen, die algemeen in de hoven tot sieraad of gebruik dienen. Hoewel geen volleerd botanicus, moet hij minsten veertig plantennamen kunnen noemen. Ook moet hij kennis hebben van de verscheidenheid van boom en vruchtgewassen als appels en peren, deze bij naam kennen en van elkaar kunnen onderscheiden.
Daarenboven wordt van een goed hovenier vereist dat hij verstand heeft van geometrie of meetkunde, van architectuur en bouwkunde.
Dit alles is voornamelijk van belang voor het aanleggen van sierlijke tuinen met goede schikkingen en verhoudingen. Het gaat immers om de juiste proportie en verdeling van terrassen, parterres, moes- en fruittuin, vijvers, zichtlijnen, lanen, berceaux en wat verder tot sieraad van de tuin kan strekken. Ook moet de hovenier zijn plan in een nette tekening kunnen verbeelden. Hier tipt Knoop de vage scheidslijn aan tussen wat nog het werk van een hovenier is en waar het werk van een architect begint.
Er wordt dus nogal wat verwacht van een geschikte hovenier en om die reden kan hovenieren zeker een kunst worden genoemd. Maar helaas, zo constateert Knoop, beschikken weinigen van de grote aantallen hoveniers in deze tijd over genoemde bekwaamheden. Wat dat betreft stelt hij: Het zijn niet alleen koks die lange messen dragen.
Nog meer uitspraken lezen waar volgens knoop een hovenier aan moet voldoen?:
Enkele van zijn boeken zijn gedigitaliseerd voor de liefhebbers:
Beschouwende en werkdadige hovenier-konst...PomologieBeschryving van plantagie-gewassen...Beschryving van vruchtboomen en vruchten...Beschrijving en afbeeldingen van de beste soorten van appelen en peeren...
DE LIEFHEBBERS :
Johan Herman Knoop maakt rond 1750 al een verdeling van mensen die werken in het groen Een grote groep niet de onderschatten hoveniers zijn de liefhebbers van tuinieren. De mensen die het niet om den broden doen maar als hobby en tijdspassering liefhebberij er zijn vele woorden voor.
Al de liefhebbers hebben door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld omdat een aantal niet ombemiddeld en een stimulans is voor de branche aanschijn en waren
Johan Herman Knoop had veel bewondering voor de kennis van deze lieden.
Onder de eigenaren van kastelen landhuizen en buitenplaatsen waren ook veel liefhebbers Een vroeg voorbeeld van zo iemand was prinses van Chimay, Marie de Brimeu, vooral om dat haar botanisch verleden bewaard is gebleven
Anne Mieke Backer heeft het verhaal van/over de prinses geschreven
Zie de pdf file over Marie de Brimeu hier onder


Collectieve Arbeid Overeenkomst
Een waardevolle afspraak tussen werkgevers en werknemers
Wilt u er meer over lezen:
Voor hoveniers werd in 1962 de eerste CAO afgesloten,helaas is deze tot nu toe niet gevonden.DE REDACTIE HOUD ZICH AANBEVOLEN VOOR EEN KOPIE VAN DE OUDSTE CAO VAN DE HOVENIERS
De “oudste” is van 19 75 :
Vergelijk eens met heden de CAO van 2010-2011 : KLIK HIER
En dan niet alleen naar de bedragen kijken maar ook naar de voorwaarde, in 25 jaar is er al veel veranderd
Sociale voorzieningen:
De sociale wetgeving is in de twintigste eeuw van bijna niets opgetuigd tot een goed vangnet voor werknemers. Van alle regelingen en mogelijkheden is een boek te schrijven. Maar met de kennis van nu lijkt een aantal zaken niet meer van deze tijd. Het magazine Van Colland het samenwerkingsverband van alle agrarische en groene sociale regelingen doet in een aantal artikelen van het maart nummer 2012 verslag van die verandering.
Eerst een overzicht:
Het stoppen van het vakantiefonds:
Drie eeuwen personeelsadvertenties in het groene vak
Voor een beroep met zo’n rijke historie geldt uiteraard ook dat er door de eeuwen heen allerlei vacatures zijn geweest. Hoe zagen deze eruit? Welke functiebenamingen en -omschrijvingen werden gebruikt? Met het programma Delper is het mogelijk om bijna alle (historische) kranten te raadplegen. We selecteerden een mooie verzameling personeelsadvertenties. Daar is veel uit af te lezen, ook hoe het met de branche en het land gaat. In dit artikel een beknopte bloemlezing uit drie eeuwen personeelsadvertenties in het groene vak.














De 18 de eeuw
In de 18e eeuw zijn de kleine advertenties in de Oprechter Haarlemmer Courant en zijn soortgenoten klein van letter en slecht leesbaar na kopiëren. Een kleine bloemlezing:
1772: Eene bekwaam HOVENIER genegen zijnde terstond, of op Allerheiligen aanstaande te wonen op een BUITEN-PLAATS, niet ver van Leeuwarden, die adresseer zig bij de wijnkoper F. Poppehuize die nader onderrigtinge geve zal.
1781: Eene ongetrouwd HOVENIER genegen zijn op een Buitenplaats op de klei zich te verhuren, mits zijn Werk wel verstaande van snoeiende broeijen, kan nader onderrigt bekomen bij Tjeerd Meints Hovenier te Leeuwarden.
1783: Een ongetrouwd HOVENIER, van goed gedrag, met goede attestatien voorzien, tusschen de 20 -30 Jaaren oud. Het spitten en Graaven wel gewoon zijnde en met Paarden weetende omtegaan, geneegen zijnde, om als ONDER-HOVENIER te fungeeren, kan op nieuwjaar direct in dienst treeden, iemand nader informatie begeerende, vervoege zig bij den Boekverkoper G.M. Cahais in de Bagijnstraat te Leeuwarden. De Brieven Franco.
1791: Een ongetrouwd PERZOON van de Gerefoormeerde Godsdienst, de huisdienst en Hovenieren verstaande, en met paarden kunnen omgaan, genegen zijnde op een Buitenplaats te wonen, op May aanstaande of wel direct, gelieve zig hoe eer hoe liever te adresseeren bij den Heer Nasjette, coopman in wijnen bij de Brol te Leeuwarden, alwaar nader onderrigt te bekoomen is.
1794: Een HOVENIER of GUARDUNIER, hetzij getrouwd of ongetrouwd, geneegen zijnde op May 1794 of eerder op het Buitenplaatsje te Hardegaryp te dienen, adresseere zig bij dr. Huber te Leeuwarden, bij wien ook eene STALINGE en statieus KOETHUIS op de groeneweg; uitkomene te huur is, aanstonds of may 1794.
De 19 de eeuw
In de 19e eeuw was het vinden van werk vaak iets dat ouders deden voor hun kind. Na de lagere school werd er voor zoon of dochter een werkadres gezocht waar hij of zij het vak kon leren. Vaak was dat de werkgever van de vader of daar weer een relatie van.
Op kasteel Duivenvoorde in Voorschoten volgden 3 generaties Gussekloo elkaar op in de functie van tuinbaas. Dit is wel uitzonderlijk maar het kwam op het platteland en in kleine plaatsen regelmatig voor.
In vraag en aanbod van personeel speelde de plaatselijke boekhandelaar vaak een rol als tussenpersoon. Hij schreef gaf de gegevens van de sollicitant door aan de werkgever.
Huisvesting was vaak een onderdeel van de arbeidsovereenkomst. Daarom werd ook vaak
het geloof vermeld. De nieuwe medewerker werd immers deel van de gemeenschap. Ook zaken als ‘wel of niet gehuwd’, leeftijd en eventuele getuigschriften werden gevraagd of vermeld in de advertentie.
Een hovenier in Giessendam wil een ‘jongmensch die zichzelf moet melden in persoon’. zie rechts Hij mocht dus niet zijn vader of broer sturen voor de onderhandelingen.
Het vakonderwijs komt aan het eind van deze eeuw pas redelijk opgang. Daarom zijn de functieomschrijvingen nog zo divers en worden uit te voeren werkzaamheden uitgebreid omschreven. Voor een hovenier in Friesland en Limburg kwamen nu de zelfde lespaketten.
De 20 ste eeuw
De 20ste eeuw wordt gedomineerd door twee wereldoorlogen. Veel zaken waren gezien de tijd waarin men woonde en werkte minder belangrijk. Het was overleven. In de kranten waren weinig of geen personeelsadvertenties te vinden. In 1917 biedt een Belg zich aan als tuinman. Kortom: in de eerste helft van die eeuw is het qua personeelsadvertenties voor het groene vak rustig.
In 1940 voert de katholieke Bloemistenpatroonbond een discussie over de naamgeving: ‘Tuinman’ was niet sympathiek en ‘Hovenier’ verouderd.
Tijdens de wederopbouw groeit de behoefte aan onderhoudsmensen in het groen. Dat is goed te zien aan het aantal advertenties en aan de nieuwsberichten.
De Limburger van 15 mei 1971 kopt dat er een schreeuwend behoefte is aan hoveniers en ook dat is te zien in het aanbod aan advertenties in de landelijke bladen. De particulieren die een hovenier zoeken worden schaars je komt ze nauwelijks meer tegen in de kranten. Maar het aantal hoveniersbedrijven groeit in die periode boven normaal.
Opvallend is ook de opkomst van de tuincentra in combinatie met hoveniersbedrijven.
In de personeelsadvertenties uit die tijd vraagt men vaak een allround vakkracht. In de jaren zestig tot tachtig bezigt men trouwens nog de termen ‘1ste knecht’ en ‘2de knecht’, maar als dat in de cao niet meer gebruikt wordt, verdwijnt het uit het taalgebruik.
Naast de kranten waren ook gerenommeerde landelijke vakbladen zoals de Bloemisterij en Groei&Bloei een belangrijk medium om aan personeel te komen. Het blad van “De maatschappij” KMTP Groei&Bloei werd veel gelezen op scholen, buitenplaatsen en instellingen. De schrijver van dit artikel kwam in 1965 van school. Je abonneerde je op Groei&Bloei want daar stonden de goede banen in. 5 voorbeelden in rechter kolom.
Het bedrijfsleven had het door Misset in Doetinchem uitgegeven blad De Nederlandsche Bloemisterij. Deze uitgever ging zich in 1978 specialiseren per sector. Dat mondde uit in verschillende titels: Tuin en Landschap voor de hovenier en groenvoorzieners, Bloem en Blad voor de bloemisten enz.
Functienamen zijn aan mode onderhevig, zo blijkt. Men vraagt om een boomchirurg in plaats van een boomverzorger zie links en een strater in plaats van een stratenmaker.zie rechts
Maar bij uitstek een goede methode om aan een nieuwe medewerker/werkgever te komen is met stip een leercontract of een stageplaats. Vakscholen in die tijd gaven 1 dag in de week les en de werkgever zorgde voor 4 dagen praktijk. Na drie jaar moest dit leiden tot een vakdiploma. En als er plaats was in het bedrijf kon leerling die goed functioneerde in dienst komen.
In de tachtiger jaren lijkt vast personeel niet meer zo aantrekkelijk. Uitzendbureaus nemen een grote vlucht. Werkzoekenden kunnen zich daar makkelijk inschrijven. Ook de werkgevers melden zich daar. Bevalt de persoon in kwestie, dan wordt hij alsnog aangenomen.
In de negentiger jaren neemt het aantal personeelsadvertenties weer af door een dip in de economie.
En de 21 ste eeuw ?
De papieren krant is in de 21ste eeuw een advertentiemedium dat mede door het internet zwaar onder druk staat. De plaatselijke kranten en gratis advertentiebladen doen het daarentegen nog redelijk goed. Regionaal werkende bedrijven weten deze lokale suffertjes nog goed te gebruiken voor hun personeelsadvertentie.
De digitalisering heeft het bij elkaar brengen van vraag en aanbod heel eenvoudig gemaakt. Online zijn er tal van vacaturebanken vinden. Voor deze jonge eeuw gaan we bij werkgevers en werknemers navraag doen hoe ze elkaar het beste kunnen vinden.
Dat heeft u van ons te goed.









Gemengde berichten over de hovenier als werknemer:

Bericht overgenomen van het kerstnummer van Elseviersweekblad 2019
“IK HELP ZIEKE BOMEN”
Mijn vader heeft een hoveniersbedrijf, dus werken in de buitenlucht is mij met de paplepel ingegoten. Na het halen van mijn vmbo-diploma volgde ik de mbo-opleiding bos en natuurbeheer. Daar kwam ik in contact met het onderhouden en beter maken van bomen.
Tijdens mijn opleiding liep ik stage bij het bedrijf ERES Boomverzorging. In de vakantie bleef ik er werken en uiteindelijk vroeg eigenaar Cees mij of ik in vaste dienst wilde komen. Ik ben deeltijd verder gaan leren één dag in de week naar schoolvier dagen werk. In de praktijk heb ik het meeste geleerd. Er zitten best wat risico’s aan het vak: Je hangt vaak op grote hoogte aan een boomstam met een kettingzaag in je hand. Dat maakt het ook leuk en uitdagend. Ik verleg mijn grenzen steeds meer, hoe meer ervaring ik heb des te meer krijg ik voor elkaar. Als een boom ziek is bijvoorbeeld als er een schimmel of kevers in zitten, kan ik hem helpen er weer bovenop te komen.
Mij geeft het een goed gevoel als ik weet dat een monumentale eikenboom weer jaren vooruit kan.
Ik voel mij trots als ik de boom uit kom en de klus is geklaard. Met dit vak raak ik niet uitgeleerd er zij altijd weer nieuwe ontwikkelingen.
Dietger Ebbers (20) zie foto links Boomverzorger Werkt in loondienst bij ERES Boomverzorging in het Gelderse Zelhem Volgde de mbo opleiding bos en natuurbeheer
Voorman-Hovenier
Een functie die in de CAO van 1975 als volgt omschreven werd:
Vakarbeider van 22 jaar of ouder die leiding geeft aan medewerkers.
Maar we zijn nu bijna een halve eeuw verder en de functie wordt nu op maat omschreven volgens een Functiewaarderingshandboek bijvoorbeeld:
Binnen de functie ‘voorman hovenier’ ben je bezig met de dagelijkse uitvoering van zowel grootschalige als kleinschalige onderhoud en aanleg van groenprojecten. Uitvoering en planning van projecten vallen onder de verantwoordelijkheden. Als voorman regisseer en overleg je met de uitvoering en je team vakmannen om het werk uitgevoerd te krijgen op een kwalitatief hoogstaand niveau.
Het Vakblad De Hovenier heeft in 2019 een informatief artikel geplaatst geschreven door Willemijn van Iersel over een werkdag van voorman Henk Hendriksen(zie foto rechts) van Sight Landscaping
Wij mogen dit praktijkverhaal ook plaatsen op deze website die zodoende ook zeer jonge historie voor u te lezen heeft klik hier

Een religieuze organisatie als werkgever:

Op dit moment( 2022) gebeurt bijna alle hoveniers en tuinwerk bij kerken en religieuze instellingen door vrijwilligers.
Ontkerkeling zet nog steeds door, de groep die het onderhoud van terrein en gebouwen moet onderhouden wordt steeds kleiner vandaar de vrijwilligers.
Foto hiernaast ziet u vrijwilligers die op een vaste dag het onderhoud van de tuin van de PKN kerk en pastorie van Schipluiden onderhouden.
Toen ik in 1962 bij "Hoveniersbedrijf Blom en van Zoest" ging werken, bleek Toon Blom goed katholiek en Jaap van Zoest Hervormd dus hadden wij beide religie als klant we werkte voor de Deken en de Dominee.
Tot de jaren negentig besteden de kerken hun tuinonderhoud nog uit toen kwam de kentering en paste het tuinonderhoud niet meer in de begroting.
Het rijke roomse leven floreerde van 1850 tot 1960 en was toen ook een grote werkgever.
Vooral in Brabant waar veel bezittingen grote gebouwen en tuinen daarom heen waar we nu soms nog volop van kunnen genieten.
Een van de laatste Piet Hein v.d. Sande komt hier onder aan het woord: " 25 jaar Hovenier in dienst van de Nonnen"
Een artikel van Hein van Iersel wat wij met dank mochten plaatsen van de uitgever van het blad De Hoveniers.
KLIK HIER en lees het bijzondere verhaal wat geschiedenis gaat worden.
.avif)


.avif)